Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE

Kenniscolumn van februari 2014

de bonoboïsering

Voor een bioloog is seks natuurlijk altijd een leuk onderwerp. Dat kan ook moeilijk anders: biologen houden zich beroepshalve bezig met levende wezens, en levende wezens doen nu eenmaal aan seks. Sterker nog: seks is één van de wezenskenmerken van het begrip leven. Dode dingen, zoals een tafel, een boek of een baksteen leven niet, ze planten zich niet voort en doen dus ook niet aan seks. Levende dingen daarentegen kenmerken zich door een paar basale eigenschappen: ze hebben een metabolisme en ze planten zich voort. Meestal kunnen ze ook bewegen, maar dat is dan dikwijls ten dienste van de twee eerstgenoemde functies, om op zoek te gaan naar voedsel en naar een partner om het mee te doen. Metabolisme en voortplanting dus. Twee wezenlijke biologische functies, maar bij de mens zijn die in cultureel vaarwater terechtgekomen. Oeps… dat kan alleen maar fout gaan.

Ons metabolisme komt tot uiting in de voedselopname, de ontlasting en de ademhaling. Over ademhalen is weinig te melden: dat gebeurt gewoon, maar over eten en ontlasten des te meer. Eten is opgenomen in de canon van de hogere cultuur. Er hangen niet of nauwelijks taboes omheen, afgezien van religieuze voedselvoorschriften en van vrijwillige beperkingen zoals het vegetarisme. Maar zelfs voor orthodox gelovigen en fanatieke veganisten is eten meestal een plezierige bezigheid die men en plein public kan verrichten. Eten doe je liefst met meerdere mensen tegelijk. President Obama bood collega Hollande vorige week een staatsbanket aan, een festijn waarbij onze metabole behoeften fijnzinnig worden verweven met etiquette en genot. Het is echte cultuur. Er worden boeken over volgeschreven en tientallen films hebben de eetcultuur als uitgangspunt.

De gebeurtenissen aan het andere eind van het spijsverteringskanaal zijn een andere kwestie. Terwijl in elke film wel wordt gegeten, wordt nooit in beeld gebracht dat het voedsel er na acht tot twaalf uur ook weer uitkomt. Het zich ontlasten uit darm of blaas is een cultureel taboe. Wij doen het geheel teruggetrokken, achter een gesloten deur, niemand mag het zien. Bij de Romeinen had men nog gemeenschappelijke toiletten, waar de mensen genoeglijk op een rij zaten te poepen en te kletsen, maar sindsdien is dat echt voorbij. Wij willen wel zien hoe onze voeding naar binnen gaat, hoe het er uitziet, ruikt en smaakt, en daar boeken over volschrijven, maar daarna houdt het op. Je kunt dat hypocriet noemen, maar wie weet dat het later deze week verschijnende boek van Midas Dekkers (getiteld De kleine verlossing, of de lust van het ontlasten) daar iets aan bijstelt.

Met onze voortplanting is het welhaast nog schizofrener gesteld. Net als bij de eetcultuur kun je geen film zien of geen boek lezen of het onderwerp seks komt er meer of minder openlijk in voor. Iedereen doet aan seks, wij zijn er letterlijk het product van. Maar tegelijkertijd doen we het geheel teruggetrokken, achter een gesloten deur, niemand mag het zien, de taboes zijn onvoorstelbaar groot. Zelfs de Romeinen deden het niet gezellig kletsend met z’n allen op een rij. Maar ze hielden er wel van.

Ik verbeeld me dat de grote problemen die onze maatschappij heeft met seks, met de seksuele moraal, met seksverslaving, met seksgerelateerde criminaliteit, met prostitutie, mensenhandel, verkrachtingen, de pornoindustrie en met gefrustreerde vieze mannen, het gevolg zijn van de taboeïsering van onze voortplanting. De oplossing zou dan kunnen liggen in het voorbeeld van de bonobo. De bonobo, ook wel dwergchimpansee genoemd, is onze meest verwante neef in het dierenrijk. De bonobo is seksueel ongeremd, er zijn geen alfamannetjes en geen taboes en dat maakt de bonobomaatschappij tot een uiterst plezierige. Terwijl wij mensen dertig keer per dag aan seks dénken, dóen de bonobo’s het dertig keer per dag. Ruzies worden beslecht met een nummertje, kennismakingen lopen uit op geflikflooi. Met welk geslacht maakt niet uit. In de bonobomaatschappij kent men geen seksgerelateerde criminaliteit. Om seks uit de taboesfeer te halen, kunnen we dus maar beter een voorbeeld nemen aan onze evolutionaire neven en nichten. De oplossing van de problemen is de bonoboïsering van onze moraal. Doe het!

Advertenties

Reacties zijn gesloten.