Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE


Nieuw boek: de stad is ook natuur

Zojuist is mijn boek over de stad als natuurgebied verschenen: Wildpark Rotterdam – De stad als natuurgebied .

 

Reumer Wildpark_Omslag compleet 135x200 rug 10,8_pr.2

De tekst op de achterflap luidt als volgt:

In het kielzog van ‘s werelds meest succesvolle diersoort Homo sapiens hebben steeds meer dieren en planten hun leefgebied naar de stad uitgebreid. Bergketens van glas en beton, hoogindustriële savannes, metrogangen en vuilstortplaatsen vormen minstens zo’n geschikte habitat als oerbos of nieuwe wildernis. Welke gevolgen heeft deze verplaatsing van het strijdtoneel voor Natuurmonumenten en Wereld Natuur Fonds, voor stedenbouwkundigen en architecten; en voor biologen, want moeten de patatmeeuw en de vinexvos niet evenzeer worden gekoesterd als de witte tijger en het zeehondje?

Wildpark Rotterdam is een kleine geschiedenis van de stadsecologie en een ode aan de veerkracht van de natuur. Jelle Reumer speculeert met aanstekelijk plezier over de stedelijke natuur van de toekomst en wijst op de verrassende evoluties die zich dagelijks onder onze urbane neuzen voltrekken. De tomaat die opschiet langs de tramlijn, de zwaan die een nest bouwt van petflessen, de metromug die de ondergrondse van zijn leven niet verlaat: de stad is een wonderbaarlijk natuurgebied.

Het boek is verschenen bij de Historische Uitgeverij, Groningen, ISBN 9789065540669, prijs in de winkel: 20 euro.

(for English version click on boeken/books)

 

Advertenties


De onzin van het zwarte gat

Het zwarte gat is een raadselachtig fenomeen. Een ding dat alles aanzuigt, zelfs  het licht, probeer je dat maar eens voor te stellen. Hierbij een poging, met enige dank aan Vincent Icke. Stel je voor dat je op de aarde staat en een tennisbal omhoog gooit. Die tennisbal valt na korte tijd weer terug, aangetrokken door de zwaartekracht. Toch kun je in theorie die tennisbal met zóveel snelheid omhoog gooien, dat hij niet op aarde terugvalt maar de dampkring verlaat en het heelal inschiet. Er is een minimale snelheid voor nodig om je aan het zwaartekrachtveld van de aarde te ontrekken, voor het gemak: de ontsnappingssnelheid. Bij een hemellichaam met een geringere zwaartekracht zoals de maan is die ontsnappingssnelheid lager, en bij een hemellichaam met een grotere zwaartekracht is de ontsnappingssnelheid uiteraard groter. Die snelheid kan oplopen tot de lichtsnelheid: dan heeft het hemellichaam zoveel zwaartekracht dat je een virtuele tennisbal met de lichtsnelheid moet omhoogschieten om hem te laten ontsnappen. Omdat alles – behalve licht zelf – langzamer gaat dan de lichtsnelheid, ontsnapt er dus niks behalve wat lichtstralen, maar bij een nog grotere zwaartekracht zelfs dat niet meer. Dan heb je een zwart gat. De enorme zwaartekracht trekt alles uit de omgeving aan, en niks kan ontsnappen.

Het is zelfs nu al wel een beetje theoretisch geworden. Dat is nou precies het probleem, het is allemaal erg theoretisch. We kunnen ons in theorie wel een voorstelling maken van een hemellichaam dat zo’n kolossale zwaartekracht bezit dat het zelfs geen licht laat ontsnappen, en zelf door de enorme aantrekking is ineengestort tot minimale proportiers, maar in de praktijk is het moeilijk je zoiets voor te stellen. Dat geldt ook voor het zwarte gat waar we allemaal uit zijn voortgekomen: het oerheelal dat tijdens de Big Bang ontplofte maar dat daarvoor de maat had van een fietskogeltje. Of hooguit een erwtje. Dat was dan wel een erwtje dat zoveel massa bevatte dat alle miljarden melkwegstelsels van het heelal, die ieder miljarden sterrenstelsels bevatten die elk ook weer enorme hoeveelheden massa bezitten, eruit zijn ontstaan. Heel dat kolossale heelal uit één erwtje, dat was eigenlijk zelf een zwart gat was tot het moment dat het allemaal ontplofte. Toen was er een heelal en de rest is geschiedenis.

Het klinkt bijna net zo ongeloofwaardig als dat alles is geschapen in het jaar 4004 voor Christus, of dat de totale mondiale biodiversiteit van ongeveer 9 miljoen soorten werd gered op een houten schuit met Russell Crowe aan het roer. Dat van die schepping in zes dagen en dat cederhouten drijvende dierenasiel gelooft bijna niemand meer, uitgezonderd de fundamentalisten onder aanvoering van hun theologen. Dat van die erwt die veertien miljard jaar geleden ontplofte, geloven de wetenschappers onder aanvoering van de theoretisch natuurkundigen. De overeenkomst tussen beide beroepsgroepen, de theologen en de theoretici, is het feit dat hun beroepsaanduiding begint met de letters t-h-e-o, Grieks voor God. Dat brengt mij in ernstige gewetensnood, want als de ene groep theo’s beweert dat de aarde zesduizend jaar oud is, geloof ik er geen zak van, maar als de andere theo’s beweren dat we uit een ooit ontplofte hyperzware erwt zijn ontstaan, moet ik dat kennelijk wel? Een lastig dilemma. Nog nooit heeft iemand een goddelijke scheppingsdaad direct en van nabij geobserveerd: POEF! en daar is het stekelvarken. Je moet het maar geloven op grond van het geschrevene in de bijbel. Nog nooit heeft iemand een zwart gat direct en van dichtbij geobserveerd of een big bang zien ontploffen. POEF! en daar is weer een melkwegstelsel. Je moet het maar geloven op grond van het geschrevene in Nature, Science en EPSL, de Earth & Planetary Science Letters.

De aankondiging, een paar jaar geleden, dat ze in CERN een miniatuur zwart gat (een zwart gaatje?) zouden gaan maken, leidde tot enige verbazing. Wat zou er gebeuren? Zou die peperdure protonenfabriek niet worden opgeslokt door dat zwarte gaatje? En zo nee, waarom dan niet? En daarna zouden achtereenvolgens de stad Genève, de grote waterfontein, het hele meer, de Alpen, Europa, de aardkloot en de rest van het heelal in het kersverse zwarte gat kunnen verdwijnen; de miljarden zwarte roebels en oliedollars uit de zojuist verdwenen Zwitserse bankkluizen zouden nog even nafladderen in het luchtledige, om daarna ook te worden opgeslokt. Het vooruitzicht noopte een meisje uit India om dan maar subiet zelfmoord te plegen.

Ik ben zelf een wetenschapper en geef de theoretisch natuurkundigen graag het voordeel van de twijfel. Ze hebben vast gelijk, ook al snappen we het nog niet. Maar één tip kan ik ze nu al geven: verwijder onmiddellijk het voorvoegsel ‘theo’ uit jullie beroepsnaam. Dat zou de geloofwaardigheid enorm bevorderen.