Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE

Floppy disk

Vorige week vond ik in een la een floppy disk, zo’ n 5¼ inch geval waar nog maar kort geleden iedereen mee werkte. Er kon naar huidige maatstaven uiterst weinig informatie op, maar destijds was het voldoende. Ik wilde het bestand (iets over een collectie fossiele vogelbotjes) dat er op stond bekijken. Ha! Vergeet het maar. De gemiddelde moderne computer, zeker model laptop, heeft geen gleuf voor zulke antiquiteiten, ook niet voor de 3½ inch diskette en vaak niet eens meer voor een CDrom. Een zoektocht begon naar iemand die zo’n Pleistoceen schijfje nog kan hanteren. Dat is gelukt, maar het voorval deed me de Kenniscolumn herinneren van november 2014. Die wordt nu hierbij vrijgegeven – en geplaatst in de cloud (die over 20 jaar ook niemand meer kan betreden).

DE INFORMATIEPARADOX

Wanneer informatie ergens tussen zender en ontvangers niet wordt vastgelegd is het zo vergankelijk als een versgeplukte klaproos. Een gesproken boodschap vervliegt in de ruimte, hij bevat wel informatie maar die blijft niet raadpleegbaar. Informatie, vooral als die bestemd is voor een heleboel ontvangers, moet worden vastgelegd op een medium om op meerdere momenten, vaak veel later, te kunnen worden geraadpleegd. Zo’n medium kan zijn een drukwerk, een geluidsopname, een DVD of CDrom, name it. In de loop van de eeuwen is de aard van de informatie niet wezenlijk veranderd: het gaat om de prijs van goederen, om iemands opvattingen of om het tijdstip van een geplande gebeurtenis. Wat dat betreft is er weinig verschil tussen informatie in het oude Mesopotamië of die in het moderne businesspark. Wat wel verschilt tussen toen en nu zijn de hoeveelheid informatie en de gebruikte opslagmedia. En daarbij ontwaren we een interessante paradox: hoe groter de hoeveelheid informatie, hoe vergankelijker het gebruikte medium.

Laten we dat eens geschiedkundig analyseren. In het oude Babylon was er weinig dat men voor het nageslacht bewaarde. Het ging om eenvoudige handelsinformatie of om lofzangen op de plaatselijke potentaat. Het werd in spijkerschrift op kleitabletten vastgebakken en is nog steeds leesbaar. Ook de slechts tien geboden die Mozes op zijn berg ontving, waren in twee grote stenen tafelen gehouwen en zijn na millennia nog prima leesbaar – hoewel de originele platen zoek schijnen te zijn. In de Middeleeuwen werd er al meer opgeschreven. Daartoe had men het perkament uitgevonden. Na zes, zeven, acht eeuwen zijn dergelijke perkamenten nog prima leesbaar, hoewel al vergankelijker dan steen of gebakken klei. Toen vond men de boekdrukkunst uit. Dat was zo succesvol dat perkament niet meer voldeed en men overging op papier. Dankzij de moderne techniek van het letterzetten nam de informatiehoeveelheid enorm toe, maar papier is vergankelijker dan perkament, boekenwurmen lusten er wel pap van. Evengoed was het papier destijds was prima kwaliteit. Dat veranderde in de negentiende eeuw, toen de industriële revolutie voor een verdergaande mechanisering zorgde en de papierkwaliteit steeds abominabeler werd. Veel drukwerk vergaat bij simpele aanraking tot kruimels. Weg papier, en erger: weg informatie. Intussen is het papier als informatiedrager van Big Data grotendeels vervangen door geavanceerdere opslagmiddelen. In steeds sneller opeenvolging was daar de ponskaart, de brede magneetband, het cassettebandje, de 5¼ inch floppy disk en de 3½ inch diskette, toen de CDrom en de DVD en nu is er de USB-stick.

Bij elke innovatie nam de opslagcapaciteit toe, maar wat ook toenam was de beperkte levensduur van de drager én van het apparaat dat nodig is om de drager te kunnen uitlezen. Wie heeft nog een apparaat in huis dat magneetbanden aankan? Of waar je een floppy, een diskette of zelfs een CDrom in kan steken? Nog een paar jaar en ook de USB-gleuf is historie. Dan zit alles in de cloud. Dodecaziljarden terabytes zitten dan in een virtuele wolk die gehuisvest is in een bunker bij Delfzijl. U hoopt dat alles daar tot in de eeuwigheid blijft zitten. Ik garandeer u: dat is een illusie. Eén flinke explosie van een zonnevlek of een nabije supernova, danwel een goedgemikte neutronenbom van het kalifaat en alles is tot neutrino’s verdampt, een wolk van verdwenen data. Dat is wat ik de informatieparadox noem: hoe groter de hoeveelheid data, hoe vergankelijker het medium. In de 22e eeuw zijn straks alleen de Mesopotamische kleitabletten nog te lezen, alsmede die twee aanrechtbladen waarmee Mozes van de berg afdaalde, vermits we ze terugvinden. De rest is verdampte geschiedenis en of we het zullen missen zal de toekomst uitwijzen.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.