Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE

De overeenkomst tussen fijnstof en een ijsberg

Op 20 april was er weer een Kenniscafé, dit keer over fijnstof.

Fijnstof is een verzamelwoord voor allerhande partikeltjes die in de lucht zweven en die we inademen terwijl we het niet kunnen zien. Het is net gas, maar dan toch een vaste stof. Vast gas. Soms vindt men het fijn, dat fijnstof. Miljoenen mensen zijn volledig verslaafd aan het inademen ervan. We noemen ze rokers. Al vele decennia weten we dat deze vorm van fijnstofinademing funest is voor het welbevinden, maar dankzij vilein lobbywerk van de fabrikanten van de fijnstofproducerende genotsartikelen heeft het lang geduurd voordat het roken aan banden werd gelegd. Nu kun je van een kettingroker nog zeggen ‘eigen schuld, dikke bult’, maar voor de onvrijwillig meerokende omstanders gaat die vlieger niet op. Die kon wel aan het vaste gas.

Dat onzichtbare, dat is het grootste probleem. Gevaren die je kunt zien, zijn overzichtelijk, die snapt een mens. Een spookrijder, een salafist met een kalashnikov, een ijsberg voor de boeg van de Titanic of een ratelslang in Arizona zijn levensgevaarlijk, dat kun je zien. Daar valt niets te ontkennen.

En daar hebben we meteen de twee grootste problemen van het fijnstof te pakken: de onzichtbaarheid en de ontkenning. De onzichtbaarheid is een kenmerk van het ware gevaar. Dwarrelende asbestvezeltjes waar je een nare kanker van krijgt zijn onzichtbaar. UV-straling waar je huid van naar de knoppen gaat en radioactieve straling waarvan kikkers zes poten krijgen onttrekken zich aan simpele waarneming met het blote oog. De nieuwste loot aan deze stam zijn de neonicotinoïden. Het risico is dan een wat-niet-weet-wat-niet-deert reactie. Je gaat tenslotte niet acuut dood aan het verzagen van een eternieten golfplaatdak of van het eten van een maiskolf met neonico’s.

En dan is er de ontkenning. Hoezo is roken gevaarlijk? De tabakslobby heeft harde onderzoeksresultaten tientallen jaren afgedaan als onbewezen lariekoek. Exact dezelfde reactie stond onlangs in de krant over dat bijengif: Bayer beweerde glashard dat al die insecten en vogeltjes best aan iets anders dan de neonico’s kunnen zijn doodgegaan. Van asbest was al in 1931 bekend dat het gevaarlijk was, in 1969 promoveerde een Nederlandse arts op het grote gevaar van asbest. Dat leidde tot een verbod op het gebruik van asbest in – hou je vast bij deze snelheid – 1993, een kwart eeuw later. Er zijn over geringere schandalen parlementaire enquêtes gehouden.

Er is nog een derde probleem: de verhyping. Die leidt daarna weer tot bagatellisering. De verhyping is dat iets een hype wordt en dat dan later blijkt dat het een stormpje in een glas water was. In de jaren zeventig was het einde der wereld nabij door de zure regen en het Waldsterben. Met foto’s van een paar dode Tjechische bomen die pal naast een vuilverbranding stonden werd ons flink schrik aangejaagd. Uiteindelijk war das Wald gar nicht gestorben, en de milieubeweging meteen belachelijk gemaakt. Hypes komen en gaan weer, op de golven van de media-aandacht. Het is net als met de zogenoemde modeziekten, die je ziet komen en gaan met het redactiebeleid van Libelle en Margriet: bekkeninstabiliteit bij zwangeren, de whiplash van automobilisten zonder goede hoofdsteun; en ook over ADHD, ik voorspel het u, heeft over vijf jaar niemand het meer.

Met dat jammer genoeg onzichtbare fijnstof kan het in theorie nog alle kanten op gaan. Maar gelukkig produceren Bayer of Philip Morris het niet en valt er voor de industrie dus weinig te bagatelliseren. En gelukkig is het meer een onderwerp voor de gewone krant dan voor de damesbladen en zal het probleem niet als een hype weer uitdoven. Fijnstof, dat vaste gas, is echt die ijsberg waar de Titanic op afstoomt, en wij: wij moeten voorkomen dat wij het orkest worden dat dan vrolijk doorspeelt.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.