Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE

Thoreau op Tiengemeten, deel 4

Vanochtend vroeg is er een enorm kabaal naast het huis, allemaal geplons en gespetter vlak onder het slaapkamerraam, alsof een buslading tienjarigen in de ondiepe vaart is gesprongen en elkaar nu staat nat te petsen. Ik verblijf in de sluiswachterswoning; ernaast is een oude spuisluis, maar veel gespuid hoeft er niet meer te worden sinds Natuurmonumenten aan de andere kant van het eiland een gat in de dijk heeft gemaakt. Als ik opsta, blijken het geen kinderen te zijn maar vogels. Een stuk of vijftig aalscholvers en een twintigtal grote zilverreigers zijn naast de woning in het binnendijkse deel van de tocht tekeer aan het gaan. Als kinderen in een zwembad. Er zit vast veel vis, maar zodra ze mij ontwaren, in mijn ochtendjas en met de camera klikklaar, gaan ze allemaal de lucht in. Het is een lawaai van jewelste als tientallen aalscholvers het water tegelijkertijd als startbaan benutten.

img_1901

Twee minuten later is het stil. Ik wil teruglopen, maar zie iets door het water bewegen. Iets groots. Een bever? Het is groot en bol, steekt een paar centimeter boven water uit, soms wat meer, soms is het bijna verdwenen. Vreemd: het blijkt een aalscholver te zijn, maar ik zie alleen zijn rug bol en snel en opwippend voortbewegen. Dan tilt hij zijn kop op, die vreemd onder het lichaam gebogen zit. En nog een keer, en nog een keer. Is hij aan het verdrinken? Daar doet hij dan wel erg lang over. Hij lijkt eigenlijk wel dood, maar is toch flink aan het spartelen. De kop blijft krampachtig onder het lichaam gevouwen zitten en is vrijwel permanent onder water. Hij had zo echt allang dood moeten zijn, maar blijft maar op en neer gaan, met die vreemde kromgevouwen nek.

Dan begint het me te dagen. Hij is inderdaad morsdood, de kop zit in een rigor mortis onder het lijf gevouwen, de vleugels half gespreid, de staart als een waaier naar achter stekend. Al dat gespartel is geen doodsstrijd, maar wordt veroorzaakt door een of andere vis die aan de omlaag stekende poten zit te trekken. Wie doet dat? Welke vis houdt ervan om aan het lijk van een dode schollevaar te sjorren? Gezien de kracht van de sjorbeweging moet het een forse vis zijn. Een brasem wellicht? Een snoek? Ik kom het niet te weten. Wanneer ik even later aangekleed ben, is het hele tafereel in het grote niets van Tiengemeten opgelost. De natuur begint een nieuwe dag. Ik ga maar thee zetten.

 

 

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.