Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE

De Afrikaanse bloterik

Ik moest toch even van Tiengemeten af, het was de enige keer dat ik dat deed (afgezien van de wekelijkse boodschappen bij de plaatselijke grootgrutter van Zuid-Beijerland). De aanleiding was mooi: mijn krant (Trouw) had me verzocht een column uit te spreken bij de bekendmaking van de top-25 van de Duurzame 100, op 10 oktober in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Dat gaf me mooi de gelegenheid het enige weekdier te behandelen dat mijn rubriek Jelle’s Weekdier in de krant niet zal halen: de Afrikaanse bloterik. Het leverde de volgende tekst op.

De Afrikaanse bloterik

In de biologie geldt wie zich lustig voortplant als een succesvolle soort. Met een grote fitness, het vermogen om je aan diverse omstandigheden aan te passen, en een ruimhartige rondstrooiing van ei en zaad zit je gebeiteld. Als soort. Of beter: als pakketje genen van die soort, want als we Richard Dawkins mogen geloven, zijn het de genen die zich voortplanten en gebruiken ze daar de planten en de dieren voor als hun vervoermiddel. Verreweg de succesvolste genen zijn de exemplaren die daartoe de vlieg gebruiken. Er zijn meer vliegen op aard dan sterren in het universum. Strontvliegen, huisvliegen, klustervliegen, herfstvliegen of hoe ze ook mogen heten, die zwarte zoemers, ze lusten alles, van poep tot lijk tot de inhoud van uw kliko. Zelfs Mao Zedong, die alle Chinezen een gratis vliegenmepper gaf, kreeg ze er niet onder. De vlieg staat met stip op nummer 1 op de hitlijst van succesvolle soorten.

Op twee, ook met stip, staat het weegbree, dat stiekem met de Neolithische mens meereisde over de wereld. Amerikaanse indianen noemden weegbree ‘White men’s footprint’, want overal waar de Europeanen zich vertoonden schoot het onooglijke plantje uit de grond. U hoort het goed: hier komt het woord footprint al tevoorschijn. Op plek drie van onze hitlijst van succes is het een gedrang. Ik heb ze niet allemaal geteld, dus ik weet niet of het de muis is, of de rat, of de kip. Er zijn onnoemlijk veel muizen, ratten en kippen op de wereld, zonder twijfel nog meer dan er mensen zijn. Laten we ze maar ex-aequo op drie zetten, dat leert ze wat bescheidenheid. En ze zijn slim, die muizen, ratten en kippen, want net als het weegbree liften ze met de mens mee. Het zijn wat we noemen cultuurvolgers. Zonder de mens liep de kip nog doelloos rond te scharrelen in de bossen van Thailand en Birma, en hadden ze het nooit helemaal tot Barneveld geschopt, om over Kentucky Fried nog maar te zwijgen.

Ook de mens staat in de top tien. Succesvol, tweehonderdduizend jaar geleden ergens in Afrika ontstaan als een populatie eigenwijze bloterikken. Zestigduizend jaar geleden hadden ze het daar wel gezien en gingen aan de wandel, via de Sinaiwoestijn de wijde wereld in. Tienduizend jaar later arriveerden ze in Australië. Naar Amerika duurde wat langer, daar lagen gletschers in de weg, en praktische bewaren. Zodra die verdwenen waren, staken ze de Beringstraat over en liepen in duizend jaar tijd door tot Vuurland,  om daar te gaan zitten wachten tot Charles Darwin langsvoer om zich over hun enorme aanpassingsvermogen te verbazen. De mens is een zoogdier. Een aap. De enige aap die zich als een invasieve exoot gedraagt. Hij zou bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op de lijst van te bestrijden invasieven moeten worden geplaatst, want hij voldoet aan alle criteria: hij komt van elders, drukt andere soorten uit hun leefmilieu, veroorzaakt ecologische en economische schade en plant zich ongebreideld voort. We hebben hier dus de Amerikaanse muskusrat, de Indiase halsbandparkiet, de Japanse duizendknoop, de Californische rivierkreeft en de Afrikaanse bloterik, de laatste met muizen en ratten en kippen in zijn kielzog.

Met duurzaamheid heeft dit allemaal weinig te maken, althans met duurzaamheid in de moderne betekenis van het woord, of liever, het frame. Een dier- of plantensoort die het goed redt, zich lustig voortteelt en geen enkele aanstalten maakt om uit te sterven is natuurlijk vreselijk duurzaam. Die duren nog wel even, in tegenstelling tot soorten als de grote panda of de witte neushoorn, die als evolutionaire losers helemaal niet duurzaam zijn. De mens is dus een van de duurzaamste diersoorten op aarde. Dat staat in schril contrast tot zijn leefomgeving, waarvan de duurzaamheid steeds twijfelachtiger wordt. Hier zit een soort communicerende-vaten-effect verscholen: hoe duurzamer de Afrikaanse bloterik is, hoe minder duurzaam zijn omgeving, en weliswaar is dat op termijn een slang die in zijn eigen staart bijt, maar daar hebben we nu niks aan. Als we de duurzaamheid van de aarde willen stimuleren moeten we de duurzaamheid van Homo sapiens een beetje reduceren. Er zijn er teveel. Zevenmiljard exemplaren zijn er zesmiljard teveel. Daar moet wat aan gebeuren. Ik ben bang dat de gebruikelijke methoden die bij invasieve exoten worden toegepast niet zullen worden toegestaan. We kunnen de Afrikaanse bloterik niet gaan bestrijden met klapvallen, giftig lokaas of aantalsregulerend afschot. Dan rest ons, dames en heren, het slapste middeltje dat er is: het preservatief.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.