Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE

krakflatsers en flatskrakkers

In augustus had ik deze, ietwat persoonlijke, column gemaakt voor Vara’s Vroege Vogels.

Krakflatsers en flatskrakkers

U kunt het op de radio uiteraard niet zien, maar achter deze microfoon zit een herboren columnist. Het laatste half jaar werd ik geteisterd door een versleten heup, maar een maand geleden heeft een bekwame orthopeed mij voorzien van een splinternieuwe bionische schokbreker van staal, nylon en keramiek. Een verademing. Het hele gedoe gaf aanleiding tot gedachten over zaken als ons lijf en de kwetsbaarheid ervan, maar vooral over de buitengewoon gecompliceerde wijze hoe wij gewervelden in elkaar steken. Neem nou dat skelet, vele tientallen botten en botjes die met z’n allen steun en bescherming verschaffen. Stel je voor dat een mens geen geraamte zou hebben. We zouden als een vijftig, zestig, zeventig kilo zware en vormeloze blob vlees op de grond liggen, nauwelijks in staat tot bewegen. We zouden veroordeeld zijn tot een troosteloos bestaan als een enorme zeeanemoon, geheel afhankelijk van wat er toevallig aan ons voorbij zou vliegen of lopen. Een eenvoudige hand met spieren, pezen en botjes om een mug een klap te geven of om te kunnen krabben waar het jeukt, zou ontbreken.

In de loop van de evolutie is het verschijnsel skelet meerdere malen ontstaan. De twee belangrijkste modellen die nog altijd leverbaar zijn, zijn het exoskelet dat aan de buitenkant van het beest zit, en het endoskelet dat aan de binnenkant zit. Bij een exoskelet heeft het dier een pantser en zitten de spieren daar binnenin, en bij een endoskelet is dat andersom, daar zitten de spieren aan de buitenkant en het geraamte van binnen.

Een goede vriend van mij, onlangs gepensioneerd als biologieleraar aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, bedacht twee werkelijk beeldende termen om het onderscheid tussen exo- en endoskelet nooit meer te vergeten: krakflats en flatskrak. Stel dat een olifant per ongeluk op een dier stapt met een exoskelet, een kreeft bijvoorbeeld. Je hoort dan eerst de ‘krak’ van het brekende skelet en vervolgens een ‘flats’ als gevolg van de geplette spieren en organen. Bij een dier met een endoskelet, bijvoorbeeld een pad of een rat, hoor je eerst ‘flats’ en pas daarna ‘krak’. Zo onderscheidt hij het dierenrijk simpelweg in krakflatsers en flatskrakkers. Subliem.

De krakflatsers waren er het eerst. Al tijdens het Cambrium, ruim een half miljard jaar gelden, kropen trilobieten over de zeebodem en zwommen enge garnaalachtige roofdieren in het lauwe zeewater. Dat waren toen al volledig ontwikkelde krakflatsers. Het zou nog enkele tientallen miljoenen jaren duren aleer de eerste vissen met graten waren ontstaan, en daarmee de flatskrakkers. Sindsdien is het in principe zo gebleven.

De natuur heeft twee keer geprobeerd om het principe te verbeteren. De eerste poging is geslaagd en heeft ons de schildpadden opgeleverd, wat feitelijk krakflatskrakkers zijn want ze hebben om hun zachte delen heen weer een pantser ontwikkeld. De tweede poging waren middeleeuwse ridders met hun ijzeren harnas. Het waren ook krakflatskrakkers, maar omdat het bezit van een harnas nooit genetisch of epigenetisch is vastgelegd, is dit geen evolutionair succes gebleken en zijn ze vervolgens weer uitgestorven.

Ook wij mensen zijn flatskrakkers. Als dat andersom was geweest, had het mooie vak van orthopedisch chirurg nooit kunnen ontstaan. Dan was een uitdeukbedrijf met een blikopener en een popnageltang voldoende geweest om mij van een nieuwe heup te voorzien.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.