Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE

Blijkt of lijkt pijpen een goed idee?

Het Kenniscafé van De Balie, Volkskrant, KNAW en NEMOKennislink ging in april over ‘sloppy science’. Mijn slotcolumn van deze avond:

Nee, ik ga het niet hebben over die hoogleraar van de Katholieke Universiteit Tilburg die nu geen hoogleraar meer is, en ook niet over zijn collega van de Radboud Universiteit die ooit beweerde dat je van vlees eten agressief wordt. En ook niet over ‘the right honourable’ mevrouw Annie Schreijer-Pierik van de Europese CDA-fractie die beweerde dat vleeseten een geneeskrachtige werking heeft. Dat is allemaal geen wetenschap, hooguit lulkoek. Dat woord, lulkoek, vormt een mooi bruggetje naar het volgende. Afgelopen week stond er een prachtig koppenrijm in de Volkskrant.

Onderaan op een linkerpagina de aankondiging van het Kenniscafé: ‘Een avond over rammelend onderzoek en hoe het beter moet, met topwetenschappers en een heuse Chief Failure Officer’, zo werd vermeld. Schuin daarboven en niet te missen, de kop ‘Orale seks lijkt kans op miskraam te verkleinen’. Dat was een bericht waar heel mannelijk Nederland zich de vingers bij aflikte, want de simpele conclusie lijkt dat er meer gepijpt moet worden teneinde het nodige zwangerschapsleed te voorkomen. Dat dan dus eigenlijk onnodig leed is, zo wil dit bericht doen geloven.

Meteen sprong een pientere wetenschapsjournalist van de NRC er bovenop en ging een beetje factchecken. Het bleek dat de statistiek eigenlijk op een te kleine steekproef was gefundeerd en dat de bewering dat pijpen helpt daardoor ongefundeerd is. Jammer jongens. Maar de pienteraar had een slimmigheidje van de Volkskrantredactie over het hoofd gezien: het woordje ‘lijkt’. Er stond niet dat fellatio de kans op een miskraam ‘blijkt’ te verkleinen, maar dat ‘lijkt’ te doen. Eén letter verschil maakt dat er een totaal andere bewering staat, en dat hier iets ‘lijkt’ kun je moeilijk ongefundeerd noemen.

Wetenschappers bedienen zich buitengewoon vaak van termen die omfloerst aangeven dat er geen 100% zekerheid is. ‘We suggest’, ‘the authors propose’, ‘our working hypothesis is …’, ‘possibly’, ‘supposedly’, ‘it seems that’, ‘the results of our analysis appear to suggest that’, en zo kan ik nog wel even doorgaan. In veel gevallen eindigt het artikel waarin dit staat met een zinsnede dat de voorlopige en statistisch nog ietwat onzekere conclusie moet leiden tot vervolgonderzoek (‘more research is needed’). Het gaat daarna mis wanneer zo’n voorlopige conclusie wordt overgenomen in een volgend artikel of in een mediabericht, maar dan met een iets minder omfloerst geformuleerde onzekerheidsmarge. En dat gaat daarna snel een eigen leven leiden; de onzekerheid wordt zekerheid en daarna waarheid. Sindsdien leidt inenten tegen de mazelen tot autisme. Dat krijg je ervan.

Ik ben nu benieuwd hoe snel de statistisch rammelende conclusie van het Leidse pijponderzoek tot onfeilbaar mantra wordt verheven en de film Deep Throat als voorlichtingsfilm wordt heruitgebracht.

 

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.