Jelle Reumer

WETENSCHAP & COMMUNICATIE


Henry David Thoreau: Wandelen

“Ik wil een pleidooi houden voor de Natuur, voor wildheid en absolute vrijheid, en deze plaatsen tegenover burgerlijke vrijheid en beschaving. Ik wil de mens niet beschouwen als lid van de samenleving maar als bewoner, die deel van en één met de Natuur is. Ik wil mijn standpunt zonder voorbehoud en zo radicaal mogelijk duidelijk maken, want verdedigers van de beschaving zijn er genoeg: de predikant, het schoolbestuur – en ook u allen hier aanwezig is dat toevertrouwd.”

(…)

“Het Westen waarover ik spreek, is alleen maar een andere naam voor het Wilde; en wat ik heb willen zeggen, is dat in Wildheid het behoud van de wereld ligt.”

(…)

“Afgelopen november maakten we op een dag een prachtige zonsondergang mee. Ik wandelde in een weide waar een beek ontsprong, toen de zon ten slotte, vlak voor hij onderging, na een koude, grijze dag, een wolkenloze laag aan de horizon bereikte, en het allerzachtste, helderste ochtendzonlicht op het droge gras viel, op de stammen van de bomen aan de tegenovergelegen horizon en op de bladeren van de struikeiken op de helling, terwijl onze lange schaduwen zich naar het oosten over het gras uitstrekten, alsof we de enige stofdeeltjes in zijn stralen waren. Het was een licht zoals we het ons vlak daarvoor niet eens hadden kunnen voorstellen, en de lucht was ook zo warm en kalm dat er niets meer hoefde te gebeuren om van de weide een paradijs te maken. Toen we bedachten dat dit niet een uitzonderlijk verschijnsel was dat nooit weer zou plaatsvinden, maar dat het altijd weer, een oneindig aantal avonden zou plaatsvinden en het ook het jongste kind dat met ons liep zou opbeuren en vrolijk maken, was het nog schitterender. De zon gaat onder boven een oude weide, waar geen huis te zien is, met alle glorie en pracht waarmee hij steden overlaadt, zoals hij misschien nooit eerder is ondergegaan – daar laat een enkele blauwe kiekendief zijn vleugels vergulden, een muskusrat kijkt uit zijn hut, en in het midden van het drasland begint een zwartgeaderd beekje net te meanderen en wentelt traag om een vermolmde boomstronk. Zonder enige rimpeling of geruis te horen, wandelden we in zo’n zuiver en helder licht dat de dorre grassen en bladeren zo zacht en sereen verguldde, dat het was alsof ik nog nooit in zo’n gouden vloed had gebaad. De westkant van elk bos en elke helling lichtte op als de grenzen van het Elysium, en de zon op onze rug voelde aan als een vriendelijke herder die ons tegen de avond naar huis dreef. Zo kuieren wij naar het Heilige Land, tot de dag dat de zon helderder zal schijnen dan ooit, en onze geesten en onze harten zal verlichten, en onze levens zal beschijnen met een ontwakend licht, zo warm, zo sereen en goudkleurig als op een oever in de herfst.”

Dit waren achtereenvolgens de openingszin, de beroemde zin over Wildness (“in Wildness is the preservation of the World”), en de slotalinea, het prachtige coda met de zonsondergang uit Henry David Thoreau’s essay Walking, dat nu onder de titel Wandelen in Nederlandse vertaling is verschenen bij de Historische Uitgeverij (isbn 9789065540997). De vertaling is voorzien van een voorwoord van Norbert Peeters en een duidend nawoord van mijzelf. Het is een prachtig boekje geworden!

Advertenties


Stochastiek en terrasverwarmers

Mijn Vroege Vogels column van afgelopen zondag:

Dat was flink genieten vorige week, dat mooie warme weekend met temperaturen boven 20 graden. Halsoverkop de teenslippers tevoorschijn gehaald, rokjesdag was aangebroken. Heerlijk. Zes weken geleden werden we nog geteisterd door die verrekte Russische beer met gevoelstemperaturen van onder de min 10, gure winden die rechtstreeks van de ijzige Karelische toendra’s kwamen. Het weer is vooral zo boeiend omdat het zo onvoorspelbaar is. Ja, het weer van morgen kan redelijk worden voorspeld, maar dat van overmorgen is al iets lastiger en het weer van volgende week is per definitie onvoorspelbaar. En dat terwijl het weer zo mooi meetbaar is in termen van temperatuur, windsnelheid, luchtvochtigheid en zonintensiteit. Het is hartstikke bèta, maar toch weten we het nauwelijks langer dan over drie, vier dagen met zekerheid te voorspellen. Dat komt doordat het weer een zogenoemd stochastisch proces is. Moeilijk woord, stochastisch; het is een deelgebied van de hogere wiskunde en verwant aan dingen als kansberekeningen en de algebra van het toeval. Volgens wiki is een stochastisch proces een opeenvolging van toevallige uitkomsten. Simpel gezegd zijn er zoveel toevallige invloeden van buitenaf dat je daardoor niet kunt voorspellen wat er gaat gebeuren.

Er zijn ontzettend veel stochastische processen waar we in het dagelijks leven mee te maken hebben. Bekende voorbeelden zijn economische processen zoals de beurskoersen, het gedrag en de stemming van andere mensen met nadruk – uiteraard – op dat van pubers, de uitslagen van verkiezingen en de looprichting van een dronkenlap. Al zulke zaken kun je wel grofweg een beetje voorspellen, maar de uiteindelijke uitkomst is per definitie ongewis. Dat geldt ook voor het weer. Ja, we weten dat het ’s zomers warmer is dan ’s winters, maar daar blijft het ook wel bij, want het kan volgende week zondag zowel 30 als 15 graden zijn, stortregenen of kurkdroog zijn, stormen of windstil. Het houdt het leven spannend.

Maar goed, dit is allemaal een aanloop naar een grote ergernis in verband met die kou van onlangs. We houden niet van ongewisheid. We willen zekerheid. Mooi weer, een fijne warmte, en als de natuur er niet voor zorgt, maken we die zelf wel. Het laatste waar ikzelf bij een gevoelstemperatuur van min 12 en een snerpende noordoostenwind aan zou denken, is om buiten op een terras te gaan zitten om een biertje te drinken of zelfs in hemdsmouwen te dineren. En toch gebeurde dat overal, dankzij de meest idiote uitvinding die de mensheid ooit heeft voortgebracht: de terrasverwarmer. Vooral sinds het rookverbod de rokers naar de buitenruimte heeft verbannen, is het verschijnsel terrasverwarmer epidemisch toegenomen. Hele straten en halve pleinen worden opgewarmd met behulp van elektrische of gasgestookte branders. De hitte zorgt ervoor dat je aan de ene kant opwarmt en aan de andere kant even koud blijft als tevoren, maar vooral dat er een ongelooflijke hoeveelheid energie nutteloos in de gure wind wegwaait. Wat een onzin, het is hier Griekenland of Benidorm niet waar je het hele jaar buiten kunt zitten. Terwijl iedereen, de overheid voorop, de mond vol heeft over duurzaamheid en isolatie en dat we moeten besparen en van het gas af moeten, dat de laatste raamkiertjes moeten worden dichtgekit en we vooral geen lampje mogen laten branden in een ruimte waar we héél even niet zijn, vindt iedereen, de overheid voorop, het doodgewoon dat we de winterse buitenlucht verwarmen. Hoe krijg je het verzonnen? Bierdrinken op een ijzig winters terras, om dan na ruime intake van het nodige alcohol in een stochastische zwalk terug naar huis te waggelen.

Kunnen we niet gewoon stoppen met die onzin?


Shortlist UU-Publiprijs 2017

Dat is een leuke verrassing: ik ben samen met drie andere medewerkers van de Universiteit Utrecht (UU) genomineerd voor de UU-Publiprijs 2017, een prestigieuze prijs voor UU-medewerkers die op het gebied van public outreach leuk aan de weg timmeren. Annelien Bredenoord, Beatrice de Graaf en Joop Schippers, geen slecht gezelschap om tussen te verkeren. De informatie over de shortlist staat op het UU-intranet; dat is uiteraard besloten, dus hier is even het bericht gekopieerd:

De UU heeft de Utrechtse onderzoekers Annelien Bredenoord, Beatrice de Graaf, Jelle Reumer en Joop Schippers genomineerd voor de UU-Publiprijs 2017.  

Met de publiciteitsprijs beloont de universiteit een wetenschapper die zeer prominent in de media is en daar zelf ook actief een bijdrage aan levert. De UU wil hiermee wetenschappers stimuleren publiciteit te genereren voor hun onderzoek en deel te nemen aan het maatschappelijk debat.

De genomineerden

  • Prof. dr. Annelien Bredenoord is hoogleraar Ethiek van Biomedische Innovatie in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Zij publiceert veel over de invloed die medische innovaties (stamcelonderzoek, voortplantingstechnologie, Big Data en biobanken) hebben op patiëntenzorg en de maatschappij.
  • Prof. dr. Beatrice de Graaf is hoogleraar History of international relations & global governance bij de faculteit Geesteswetenschappen. Zij komt veelvuldig in de media, onder andere met duiding van nieuws rond terrorisme en veiligheid.
  • Prof. dr. Jelle Reumer is hoogleraar Vertebrate Paleontology bij de faculteit Geowetenschappen en publiceerde in columns en boeken afgelopen jaar veel over onder meer natuur in steden.
  • Prof. dr. Joop Schippers is als arbeidseconoom verbonden aan de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie. Hij publiceert over talloze onderwerpen zoals bijvoorbeeld flexibel, vast of contract werk, deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt en pensioenleeftijd.

De winnaar van vorig jaar was Martin van den Berg, hoogleraar Toxicologie. Twee genomineerden van dit jaar wonnen de Publiprijs al eerder, namelijk Beatrice de Graaf en Joop Schippers. De winnaar wordt op 8 januari bekend gemaakt. De nominatie komt tot stand door een gewogen telling van publiciteitsuitingen van Utrechtse wetenschappers, zowel in kranten en bladen als via radio en televisie en social media. Een jury evalueert binnenkort de vier genomineerden en maakt de winnaar bekend op 8 januari tijdens de nieuwjaarsreceptie van het College van Bestuur.


Groeneveldprijs 2017

Op 19 mei krijg ik de Groeneveldprijs uitgereikt, een enorme eer! Wat kan ik daar over zeggen? Laat het persbericht maar voor zich spreken. Het is opgesteld door mijn uitgever, Patrick Everard van de Historische Uitgeverij:

Beste lezer,
aanstaande vrijdag 19 mei 2017 krijgen Jelle Reumer & Kees Moeliker samen de Groeneveldprijs 2017 uitgereikt, en zij zullen bij die gelegenheid elk een Groeneveldlezing houden.
Met de toekenning van de Groeneveldprijs 2017 aan Reumer en Moeliker wil de stichting Groeneveld niet alleen twee enthousiaste en oorspronkelijke aanjagers van de stedelijke natuurbeleving eren, maar ook het maatschappelijk belang van de stadsecologie en haar recente loot de stadspaleontologie in het licht stellen.
Jelle Reumer was vanaf 1987 directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en werd in 2015 in die functie opgevolgd door Kees Moeliker, sedert 1989 curator van het Natuurhistorisch.
Het Natuurhistorisch bestaat al sinds 1927, maar onder de bezielende leiding van Reumer en Moeliker heeft Het Natuurhistorisch een nieuwe gestalte gekregen. Dankzij nieuwbouw en de uitbouw van een educatief en wetenschappelijk verantwoorde collectie, de organisatie van interessante en spraakmakende tentoonstellingen en een bestendige reeks publicaties heeft het anno 2017 bovendien een uitstraling die de stadsgrenzen ver overschrijdt.
De sprankelende presentatie van eigenaardigheden uit de natuur, in het bijzonder de stedelijke natuur, is het eigenzinnige waarmerk geworden van beide laureaten en van Het Natuurhistorisch. Op speelse wijze plaatst Het Natuurhistorisch ogenschijnlijk triviale details uit de natuur in een ruimer maatschappelijk en natuurlijk perspectief. De open communicatie met lokale instellingen van onderwijs en wetenschap is een al even kenmerkende karakteristiek van beide laureaten.

Ook in hun publicitaire activiteiten zijn Reumer en Moeliker opmerkelijk actief en gericht op een stedelijk, nationaal en internationaal publiek. Jelle Reumer, sinds 2015 hoogleraar Vertebratenpaleontologie aan de Universiteit Utrecht, publiceert iedere zaterdag ‘Jelle’s weekdier’ op de groene pagina’s van dagblad Trouw, en Kees Moeliker schrijft de rubriek ‘Beest’ op de Achterpagina van NRC Handelsblad, en sinds kort een column in National Geographic Magazine. Regelmatig dragen ze bij aan het radio- en televisieprogramma Vroege Vogels. En samen zowat jaarlijks een boek: Moeliker bij uitgeverij Nieuw Amsterdam, Jelle Reumer bij uitgeverij Lias en Historische Uitgeverij.

Vrijdag 19 mei 2017 houden de laureaten op Kasteel Groeneveld in Baarn een dubbele Groeneveldlezing : aanvang 16.00 uur. U kunt de lezingen en de prijsuitreiking bijwonen; aanmelding via reserverengroeneveld@staatsbosbeheer.nl ; er is nog een beperkte hoeveelheid plaatsen beschikbaar.

Meer informatie op kasteelgroeneveld.nl/kasteel-kasteel/organisatie/stichting-groeneveld/

Goede groet,

Patrick Everard
Historische Uitgeverij


De Afrikaanse bloterik

Ik moest toch even van Tiengemeten af, het was de enige keer dat ik dat deed (afgezien van de wekelijkse boodschappen bij de plaatselijke grootgrutter van Zuid-Beijerland). De aanleiding was mooi: mijn krant (Trouw) had me verzocht een column uit te spreken bij de bekendmaking van de top-25 van de Duurzame 100, op 10 oktober in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Dat gaf me mooi de gelegenheid het enige weekdier te behandelen dat mijn rubriek Jelle’s Weekdier in de krant niet zal halen: de Afrikaanse bloterik. Het leverde de volgende tekst op.

De Afrikaanse bloterik

In de biologie geldt wie zich lustig voortplant als een succesvolle soort. Met een grote fitness, het vermogen om je aan diverse omstandigheden aan te passen, en een ruimhartige rondstrooiing van ei en zaad zit je gebeiteld. Als soort. Of beter: als pakketje genen van die soort, want als we Richard Dawkins mogen geloven, zijn het de genen die zich voortplanten en gebruiken ze daar de planten en de dieren voor als hun vervoermiddel. Verreweg de succesvolste genen zijn de exemplaren die daartoe de vlieg gebruiken. Er zijn meer vliegen op aard dan sterren in het universum. Strontvliegen, huisvliegen, klustervliegen, herfstvliegen of hoe ze ook mogen heten, die zwarte zoemers, ze lusten alles, van poep tot lijk tot de inhoud van uw kliko. Zelfs Mao Zedong, die alle Chinezen een gratis vliegenmepper gaf, kreeg ze er niet onder. De vlieg staat met stip op nummer 1 op de hitlijst van succesvolle soorten.

Op twee, ook met stip, staat het weegbree, dat stiekem met de Neolithische mens meereisde over de wereld. Amerikaanse indianen noemden weegbree ‘White men’s footprint’, want overal waar de Europeanen zich vertoonden schoot het onooglijke plantje uit de grond. U hoort het goed: hier komt het woord footprint al tevoorschijn. Op plek drie van onze hitlijst van succes is het een gedrang. Ik heb ze niet allemaal geteld, dus ik weet niet of het de muis is, of de rat, of de kip. Er zijn onnoemlijk veel muizen, ratten en kippen op de wereld, zonder twijfel nog meer dan er mensen zijn. Laten we ze maar ex-aequo op drie zetten, dat leert ze wat bescheidenheid. En ze zijn slim, die muizen, ratten en kippen, want net als het weegbree liften ze met de mens mee. Het zijn wat we noemen cultuurvolgers. Zonder de mens liep de kip nog doelloos rond te scharrelen in de bossen van Thailand en Birma, en hadden ze het nooit helemaal tot Barneveld geschopt, om over Kentucky Fried nog maar te zwijgen.

Ook de mens staat in de top tien. Succesvol, tweehonderdduizend jaar geleden ergens in Afrika ontstaan als een populatie eigenwijze bloterikken. Zestigduizend jaar geleden hadden ze het daar wel gezien en gingen aan de wandel, via de Sinaiwoestijn de wijde wereld in. Tienduizend jaar later arriveerden ze in Australië. Naar Amerika duurde wat langer, daar lagen gletschers in de weg, en praktische bewaren. Zodra die verdwenen waren, staken ze de Beringstraat over en liepen in duizend jaar tijd door tot Vuurland,  om daar te gaan zitten wachten tot Charles Darwin langsvoer om zich over hun enorme aanpassingsvermogen te verbazen. De mens is een zoogdier. Een aap. De enige aap die zich als een invasieve exoot gedraagt. Hij zou bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op de lijst van te bestrijden invasieven moeten worden geplaatst, want hij voldoet aan alle criteria: hij komt van elders, drukt andere soorten uit hun leefmilieu, veroorzaakt ecologische en economische schade en plant zich ongebreideld voort. We hebben hier dus de Amerikaanse muskusrat, de Indiase halsbandparkiet, de Japanse duizendknoop, de Californische rivierkreeft en de Afrikaanse bloterik, de laatste met muizen en ratten en kippen in zijn kielzog.

Met duurzaamheid heeft dit allemaal weinig te maken, althans met duurzaamheid in de moderne betekenis van het woord, of liever, het frame. Een dier- of plantensoort die het goed redt, zich lustig voortteelt en geen enkele aanstalten maakt om uit te sterven is natuurlijk vreselijk duurzaam. Die duren nog wel even, in tegenstelling tot soorten als de grote panda of de witte neushoorn, die als evolutionaire losers helemaal niet duurzaam zijn. De mens is dus een van de duurzaamste diersoorten op aarde. Dat staat in schril contrast tot zijn leefomgeving, waarvan de duurzaamheid steeds twijfelachtiger wordt. Hier zit een soort communicerende-vaten-effect verscholen: hoe duurzamer de Afrikaanse bloterik is, hoe minder duurzaam zijn omgeving, en weliswaar is dat op termijn een slang die in zijn eigen staart bijt, maar daar hebben we nu niks aan. Als we de duurzaamheid van de aarde willen stimuleren moeten we de duurzaamheid van Homo sapiens een beetje reduceren. Er zijn er teveel. Zevenmiljard exemplaren zijn er zesmiljard teveel. Daar moet wat aan gebeuren. Ik ben bang dat de gebruikelijke methoden die bij invasieve exoten worden toegepast niet zullen worden toegestaan. We kunnen de Afrikaanse bloterik niet gaan bestrijden met klapvallen, giftig lokaas of aantalsregulerend afschot. Dan rest ons, dames en heren, het slapste middeltje dat er is: het preservatief.


Thoreau op Tiengemeten, deel 2

In 1906 werd de Vereniging Natuurmonumenten opgericht om het Naardermeer, tussen Naarden en Weesp, te redden van een toekomst als vuilnisbelt. Het brein achter de actie was de Amsterdamse onderwijzer Jac. P. Thijsse. Veel Nederlanders kennen de naam Jac. P. Thijsse wel, meestal van de ouderwetse Verkade-albums. Maar als je vraagt wie Henry David Thoreau was, hoef je niet op een antwoord te rekenen. Die kent niemand. Wel in de VS: daar kent bijna iedereen hem. Thoreau was een groot kenner van de natuur, struiner, wandelaar, natuurfilosoof en schrijver. Veel Amerikanen kennen vooral zijn bekendste boek Walden, geschreven tijdens zijn tweejarig verblijf in een hut aan de rand van een meertje bij Concord, Massachusetts.

Dat de gemiddelde Amerikaan nog nooit van Jac. P. Thijsse heeft gehoord mag geen verwondering wekken; de gemiddelde Amerikaan weet zelfs amper waar Nederland ligt. Maar dat de gemiddelde Nederlander ook nog nooit van Henry D. Thoreau heeft gehoord, is echt heel jammer, omdat er een directe link bestaat tussen Thoreau (1817 – 1862) en Thijsse (1865-1945).

Jac. P. Thijsse kreeg zijn ideeën over natuurbescherming en zijn liefde voor het buitenleven niet zomaar out of the blue. Hij borduurde voort op een traditie die in Amerika wortelt en die begon bij Thoreau. In 2017, volgend jaar dus, is het tweehonderd jaar geleden dat Thoreau werd geboren. Een goede aanleiding om Thoreau in ons land wat meer bekendheid te geven. Dat lijkt moeilijk, want de Engelstalige werken van Thoreau zijn taaie kost en niet meteen toegankelijk. Er is bovendien maar heel weinig in het Nederlands vertaald. Maar daar gaan we wat aan doen! Volgend jaar komt er een bundel uit met onder andere biografische informatie en een vertaling van Thoreau’s belangrijkste essay, ‘Walking’ (wandelen). Zijn stuk begint met de woorden: ‘Ik wil het woord voeren over de natuur’, en ergens halverwege staat de beroemde zin: ‘In de wildernis ligt de redding van de wereld’.img_2837

Wildernis is ook de naam van het grootste gedeelte van het eiland Tiengemeten, dat prachtige nieuwe natuurgebied in het Haringvliet. Het was daarom een fijn idee van Natuurmonumenten om mij uit te nodigen om gedurende zes weken in de Wildernis van Tiengemeten te bivakkeren om aan het boek over Thoreau te werken. Want zonder Thoreau had Thijsse geen inspiratie gehad, zonder Thijsse was Natuurmonumenten er niet, en zonder Natuurmonumenten zou Tiengemeten nog altijd vol aardappels en uien hebben gestaan. Dus zit ik nu op Tiengemeten, tussen de ganzen, de hooglanders en de kiekendieven, om de oervader van Natuurmonumenten wat beter over het voetlicht te brengen.